Links en rechts

Het is gebruikelijk de politieke partijen globaal in te delen volgens de tweedeling “links” en “rechts”. Deze terminologie is al oud en had oorspronkelijk betrekking op een plaatsbepaling. In de 16e eeuw zaten in het Engelse Lagerhuis de aanhangers van het beleid van de koning rechts van de stoel van de voorzitter en de tegenstanders links. In de tijd van de Franse revolutie zaten de tegenstanders van politieke verandering in het Franse Parlement rechts van de voorzitter en de voorstanders links. In deze beide gevallen betekende “rechts” dus zoiets als conservatief en “links” zoiets als progressief.
xxx Wat in de politiek onder “links” en “rechts” wordt verstaan verandert met de tijd (en per land). In de 19e eeuw verstond men onder “links” liberaal (denk aan Thorbecke) en onder “rechts “conservatief (deze richting wilde in veel opzichten terug naar de tijd van vóór de Franse revolutie). Aan het eind van de 19e eeuw betekende “links” socialistisch en “rechts” confessioneel. Na de Tweede Wereldoorlog begon men meer in sociaaleconomische termen te denken en werd “links” geassocieerd met socialisme en “rechts” met (economisch) liberalisme.
xxx Tegenwoordig werkt men de kwalitatieve indeling links-rechts nog verder uit en komt men tot een kwantitatieve indeling die uitgezet kan worden op een as:
xxxxxxExtreem links – links – centrum – rechts – extreem rechts
Na de Tweede Wereldoorlog werd het denken sterk beïnvloed door de vraag waar het communisme en het fascisme geplaatst moesten worden in dit spectrum en zij kregen een plaats aan de uiteinden. Zonder dat dit goed was doordacht gingen velen werken met het schema
xxxxx Communisme – extreem links – links – centrum – rechts – extreem rechts – fascisme
Intellectueel gezien is deze eendimensionale indeling weinig bevredigend, want het grote aantal bestaande verschillende politieke opvattingen kan onmogelijk op één as worden weergegeven. Daar staat tegenover dat tweedelingen en tegenstellingen de mens emotioneel gezien enorm aanspreken: liefde tegenover haat, vriend tegenover vijand, warm tegenover en koud. In de sport gaat het bijna altijd om een strijd tussen twee partijen: Ajax tegen Feyenoord. Het lijkt alsof een mens emotioneel gezien eigenlijk maar tot twee kan tellen. Daarom blijven politici en journalisten, ondanks alle bezwaren, de termen “links” en “rechts” toch gebruiken.
xxx De eenvoud van deze tweedeling heeft een enorme zuigkracht. Er blijft twijfel: zou er ten diepste in de politiek toch niet een soort onderstroom zijn die de mensheid verdeelt in twee kampen? Links tegen rechts? Zoiets als goed tegen kwaad (of omgekeerd)? God tegen Satan?